Bloem...

Lang geleden leefden er een man en een vrouw in een land hier ver vandaan. Ze woonden in een mooi huis, en leefden hun mooie leven. Alles moest mooi en goed zijn, want de mensen in het land konden mee kijken in hun leven. Dus alles wat niet goed was in hun leven, daar sloot de vrouw haar ogen voor. En probeerde het weer mooi te maken met bloemen planten.
De man begon steeds meer slecht water te drinken, maar de vrouw wilde dit niet zien en plante meer mooie bloemen.

Na een tijdje verwachte de vrouw een kindje. Je zou dan denken dat ze heel blij was, een kroon op het mooie leven met de man samen. Maar de vrouw was bang van het kindje in haar buik en deed er alles aan om het kindje te verliezen. Maar het kindje bleef zitten in de buik van de vrouw. En toen het kindje niet weg ging moest de vrouw het wel vertellen aan de man. De man vond dit een goede reden voor nog meer slecht water. En de vrouw plantte nog meer bloemen. De rest van het land zag deze mooie bloemen en dacht dat de vrouw en de man het wel heel goed moesten hebben, zeker nu ze een kindje kregen.

Toen het kindje geboren werd vond de man dit een goede reden voor te veel slecht water. Zoveel dat hij ver weg moest om van het slechte water uit te rusten. De mensen in het land dachten dat de man draken ging verslaan in een ver land. En ze vonden het heel dapper en sterk van de vrouw dat ze nu alleen was met het kindje.De vrouw noemde het kindje Bloem.

Een mooie naam voor iets dat ze eigenlijk vreselijk vond. Maar omdat de vrouw vond dat alles mooi moest zijn voor de andere mensen in het land, kreeg Bloem mooie kleren en mooi speelgoed.
Maar voor liefde hoefde Bloem niet bij de vrouw te zijn.

Na een tijd samen geleefd te hebben met de vrouw, kwam de man weer terug. De man zag Bloem en vond het wel een grappig speeltje. Maar wel alleen als het hem uit kwam. Anders gooide hij Bloem aan de kant of liet hij haar links liggen.
De vrouw bleef maar mooie bloemen planten. En de rest van de mensen in het land dachten door deze bloemen dat ze zo met zijn drieën een heel mooi leven moesten hebben.

Maar toen de bloemen uitgedroogd waren vertrok de vrouw met Bloem naar een ander land en een andere man. Deze man had al twee kindjes. Leuke broertjes voor Bloem. Al snel vond de man Bloem even lief als de vrouw. En deed het zelfde met Bloem als hij met de vrouw deed. Ook Bloems nieuwe broertjes moesten mee doen van hun vader en het zelfde doen bij Bloem als hij deed. De vrouw wist dat dit gebeurde, maar deed niks anders dan mooie bloemen planten.
Soms deden ze Bloem pijn, soms voelde Bloem niks. Soms wou Bloem schreeuwen, soms wou Bloem huilen.
Maar al het leven en de lach in Bloems ogen ging langzaam dood.

Toen de bloemen van de vrouw helemaal dood waren, nam ze Bloem weer mee naar een ander land en een andere man.
Maar Bloem vertrouwde niemand meer.
Langzaam won de man het vertrouwen van Bloem. En Bloem begon hem zelfs aardig te vinden.
De vrouw hoefde geen bloemen te planten want alles leek goed te gaan en was mooi.
Maar toen Bloem tegen de man zei dat ze hem lief vond, lachte hij haar hard uit. Hij maakte Bloem voor de meest vreselijke dingen uit en zei zelfs dat Bloem nooit geboren had mogen worden. Maar dit wist Bloem haar hele leven al.
En de vrouw plantte mooie bloemen. Jarenlang plantte zij bloemen.  Tot de bloemen allemaal dood waren.

De vrouw nam Bloem mee naar een ander land en weer een andere man.
Maar Bloem vertrouwde niemand meer. En bekeek de vrouw en de man van een afstand. Maar liet hem niet meer dichtbij komen.

Op een dag werd de vrouw ziek, heel erg ziek. Zo ziek dat ze zelfs geen bloemen meer kon planten.
En Bloem was de enige die voor haar kon zorgen, dus deed ze dit maar.
Zelfs toen kon de vrouw alleen maar praten over mooie bloemen planten.
Niet lang daarna ging de vrouw dood.

Bloem plantte nog een bloem, op het graf van de vrouw.
En daarna wilde Bloem nooit meer mooie bloemen planten.