‘Na vele jaren voel ik me geen slachtoffer meer. Ik ben een overlevende’

Jeannette vertelt:

‘Ik ben een vrouw van 47 jaar. Toen ik op de kleuterschool zat ben ik twee jaar lang misbruikt door mijn opa. Dat gebeurde wanneer ik tussen de middag bij opa en oma ging eten, omdat zij dicht bij de school woonden.

Vervolgens ben ik, toen ik twaalf was, verkracht door een oom die voorheen mijn lievelingsoom was. Naarmate ik wat ouder werd leek het wel of jongens en mannen konden ruiken dat ik enorm kwetsbaar en onzeker was. Zo ben ik in mijn eerste relatie geestelijk en lichamelijk mishandeld en tenslotte ook weer verkracht.

In dat ene jaar waarin ik heb samengewoond met die ex heb ik anorexia ontwikkeld. Ik denk dat deze eetziekte mij het gevoel gaf nog enige macht te hebben over mijn leven. Toen hij me te mager ging vinden dwong hij me te eten. Dat kotste ik er vervolgens zo snel mogelijk weer uit. Zo was ik immers ‘de baas’. Op den duur kreeg ik last van een soort mengvorm van anorexia en boulimia: in mijn eentje at ik niet of nauwelijks en in gezelschap at ik flink mee voor de vorm en moest ik daarna het gegeten voedsel zo snel mogelijk weer zien te lozen.

Tot op de dag van vandaag is dat een continu gevecht geweest. Het gaat wel tergend langzaam steeds ietsje beter, ook mijn gewicht is in de loop der jaren omhoog gegaan. Ik hoop ooit helemaal van die strijd bevrijd te zijn, maar vermoed dat ik er de rest van mijn leven alert op zal moeten blijven en dat ik er eigenlijk nooit helemaal klaar mee zal zijn.

Om te voorkomen dat ik met anderen zou gaan praten over hun smeerlapperij uitten zowel opa als oom dreigementen zodat zij verzekerd waren van mijn stilzwijgen. Mijn ouders hebben dit onbewust versterkt door hun gehamer op het respect dat je voor oudere mensen/volwassenen moest hebben en dat je altijd naar ze moest luisteren. Dat gold overigens niet voor onbekende, grote mensen want die konden kinderlokkers zijn en dus gevaarlijk. Het gevaar kwam echter uit een totaal andere en onverwachte hoek…

Toentertijd waren incest/seksueel misbruik en pedofilie onderwerpen die nog heel erg in de taboesfeer zaten. Erover praten was ‘simply not done’. Ik praatte er in eerste instantie niet over omdat de daders me bedreigden. Ik weet nog dat ik destijds vaak tegen mijn moeder zei dat ik geen rokjes of jurkjes meer aan wilde. Ze begreep echter niet waarom en ik kon niet zeggen waarom ik dat niet meer wilde (denk aan de dreigementen).

We hadden het niet breed en ik kreeg de afdragertjes van mijn twee jaar oudere nicht die nou eenmaal veel rokjes en jurkjes had. Mijn moeder bestempelde mijn gedrag als ‘raar doen’ en vond dat ik niet moest zeuren.

Ongeveer vanaf dat moment ben ik het seksueel misbruik gaan wegstoppen en begon ik ‘de knop om te zetten’ op het moment dat mijn opa weer aan me zat. In mijn hoofd was ik dan iemand anders en op een heel andere plek. Alleen zo was het nog enigszins draaglijk. Het wegstoppen werd steeds makkelijker naarmate de jaren verstreken en ik leek al die ellende vergeten te zijn.

Tot ik een keer door mijn vriend, sindsdien mijn ex-vriend, werd gedwongen tot seks omdat hij stomdronken en laat thuiskwam van het voetballen. Ondanks mijn duidelijke ‘Nee’ en ‘Ik wil niet’ deed hij toch gewoon waar hij zin in had. Met zijn 25 á 30 kilo meer lag hij door de overdosis drank als een zoutzak bovenop me en kon ik geen kant meer op. Op een gegeven moment ging ik in mijn hoofd zitten zoals ik dat vroeger ook bij mijn opa deed en hoopte dat het snel over zou zijn.

Vanaf dat moment kreeg ik steeds meer herbelevingen m.b.t. wat me vroeger als kind was overkomen. Eerst snapte ik er niks van, vond het allemaal zeer verwarrend. Herbelevingen zijn ook niet helder en duidelijk. Soms zijn het flitsen van beelden of gezichtsuitdrukkingen, soms alleen geluiden en een andere keer weer een bepaalde geur die dit verleden kan triggeren. Ook een combinatie van deze drie is mogelijk.

Wegstoppen was geen optie meer, het liet zich niet meer wegstoppen. Met anorexia c.q. boulimia alleen redde ik het niet meer. Ik had iets nodig wat mij voor even bevrijdde van die herbelevingen, dan kon ik het heel even ‘vergeten’. Ik greep steeds vaker en vroeger op de dag naar steeds meer alcohol, ik wilde vluchten.

Ik móest me op een zeker moment wel ziek melden om aan mijn problemen te kunnen werken. Verschrikkelijk vond ik dat – mijn (goedbetaalde) werk was mijn hobby. Ik werkte als vertaler/ondertitelaar van Engels, Frans en Duits in Hilversum. Een wereldbaan vond ik het. Ik werkte veel met deadlines en dus onder druk, maar dat was nooit een probleem geweest, het was zelfs een kick voor me. Heerlijk al die adrenaline die door je lijf gierde. Dan voel je dat je leeft!

Maar dit werk vereist gerichte en intensieve concentratie en door mijn steeds groter wordende behoefte om te vluchten in de drank begon die concentratie steeds meer verstoord te raken en kon ik het werk niet meer aan.

Na twee opnames op de open afdeling van een psychiatrische instelling ging het eerder verder bergafwaarts dan dat het beter ging. Ik dronk toen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en at niet of nauwelijks meer.

Na een jaar kwam ik van de ziektewet automatisch in de WAO terecht. Ik wilde niet maar moest wel. Op zo’n moment voel je je afgeschreven, een kneus, mislukt.

Het slapen ging ook steeds slechter. ’s Ochtends stond ik doodmoe op en sleepte mezelf door weer een dag heen. Ik zag geen toekomst meer, die was één zwart gat. Na een jaar of vijf had ik meer nodig, de drank alleen was niet meer genoeg. Ik stapte over op sterkere drank en begon er slaap- en kalmeringsmiddelen bij te slikken. Die versterken elkaars werking en de eerste tijd werkte dat weer prima. Totdat je lichaam daar ook aan went.

Deze hel heeft zo’n twaalf jaar geduurd. Vanaf het moment dat ik eindelijk een goede therapeute kreeg bij de GGZ begon het langzaam aan beter te gaan. In die rottige twaalf jaar heb ik talloze malen geprobeerd uit de hel te stappen door cold turkey af te kicken van de drank en heb ik twee pogingen gedaan om uit het leven te stappen.

Nachtmerries heb ik al sinds ik me kan heugen. Dan word ik vaak gillend wakker en ben doodsbang. Ik weet dan niet wát ik gedroomd heb maar wel dat het een rotdroom is geweest door de angst en de beklemming die ik voel als ik wakker word. Met mijn therapeute ben ik er pas over gaan praten vanaf het moment dat ik voelde dat ik haar volledig kon vertrouwen. Dat is nu een jaar of vijf geleden. Daarvoor had ik het er nooit met iemand over en dacht dat iedereen er last van had, dat dit normaal was.

Ruim zeven jaar geleden heb ik mijn laatste druppel alcohol gedronken en is het alweer tien jaar geleden dat ik mijn laatste slaap- en kalmeringspillen heb geslikt. En daar heeft een goede en professionele therapeute met wie het eindelijk ‘klikte’ een flinke bijdrage aan geleverd. Alleen jammer dat het zo lang moest duren voor ik hulp kreeg.

Er is inmiddels vastgesteld dat ik last heb van een PTSS (posttraumatische stress-stoornis), een persoonlijkheidsstoornis (borderline) en een dissociatieve stoornis (DIS). Al deze ‘etiketjes’ zeggen mij niet zo veel. Ik weet alleen dat het allemaal gevolgen zijn van wat mijn opa en oom met mij uitgevreten hebben vroeger, omdat zij als volwassen mannen hun verantwoordelijkheid niet namen en aan hun lust toegaven.

De gevolgen van hun daden zijn voor mij desastreus geweest, maar dankzij goede psychische hulp wordt het leven – weliswaar tergend langzaam – weer wat leefbaarder voor me, zonder allerlei verdovende middelen wel te verstaan. Toch is er destijds een stukje van mij doodgegaan, dat is weg en krijg ik nooit meer terug.

Niet alleen ik maar ook de samenleving wordt geconfronteerd met en heeft last van de gevolgen van seksueel misbruik bij kinderen.

Denk aan de jarenlange therapie die iemand als ik nodig heeft en door de AWBZ wordt vergoed. Geld dat door de samenleving als geheel wordt opgehoest. Als ik vrij snel na het misbruik goede (en professionele) hulp had gehad, hadden mijn leven en mijn plaats in de samenleving er hoogstwaarschijnlijk heel anders uitgezien.

Ook kon ik mijn werk niet meer doen en moest ik een beroep doen op een gemeenschappelijke voorziening als de WAO om toch nog een inkomen te hebben. Ondanks dat ik er financieel flink op achteruit ben gegaan, besef ik dat ik blij mag zijn met wat ik nu krijg en dat ik in Nederland woon. Maar het komt wel weer voor rekening van onze samenleving. En dit zijn alleen nog maar de financiële gevolgen.

Sommige slachtoffers van seksueel geweld worden later zelf dader en richten zo op hun beurt weer een hoop schade aan voor zowel het individu/individuen als de samenleving als geheel.

Als we niet gauw beginnen met het geven van goede professionele hulp om deze kinderen te helpen met het verwerken van zulke traumatische gebeurtenissen zal er niks veranderen. Eventuele therapie op (veel) latere leeftijd duurt veel langer en is dus kostbaarder. Verder kun je hiermee voorkomen dat slachtoffers later dader worden en nog meer slachtoffers maken die dan later weer dader worden, enzovoort. Deze cirkel moet verbroken worden!

Jarenlang heb ik me slachtoffer gevoeld, hulpeloos en machteloos. Ik heb in de loop der tijd een afkeer gekregen van seks ondanks het feit dat beweerd wordt dat seksueel misbruik niet om seks draait maar om macht. Maar mijn lichaam liegt niet.

Toch voel ik me geen slachtoffer meer. Ik ben een overlevende. Ik heb het seksuele geweld overleefd en ben daardoor uiteindelijk tot het besef gekomen dat ik NU niet meer machteloos en hulpeloos ben. What doesn’t kill you can only make you stronger. Verwerking van trauma’s heeft niet zozeer met het verstrijken van de tijd te maken, maar alles met wat je in die tijd doet.

Hoe eerder je hulp krijgt daarbij, hoe beter het is voor ALLE partijen. De samenleving als geheel zal er veel baat bij hebben en er sterker door worden, net als het slachtoffer.’