5 boodschappen

Er zijn vijf boodschappen die je een kind kunt vertellen. Begin hiermee vanaf het moment dat een kind kan praten. Herhaal de boodschappen af en toe zodat je zeker weet dat het kind het niet vergeet. (klik hier voor een printversie van de 5 boodschappen)

De juiste toon

Als je met een kind over het onderwerp praat is het belangrijk om een positieve toon te gebruiken. Het vrolijke en avontuurlijke karakter van kinderen moet niet beperkt worden met onnodige intimidaties en regels. Vergeet niet dat de meeste mensen op de wereld geen kwaad in de zin hebben. Waar het om gaat, is dat je een kind helpt de verkeerde situaties te herkennen en op een goede manier te reageren. Mocht het ongemakkelijk voelen om met een kind over misbruik te praten, bedenk dan dat het onderwerp voor jou als volwassene waarschijnlijk meer beladen is dan voor het kind.

5 boodschappen voor kinderen

Een kind is de baas over zijn of haar eigen lichaam

Vertel het kind dat het de baas is over zijn of haar eigen lichaam en dat niemand het mag aanraken als het dat niet wil. Zelfs wanneer het mensen zijn die het kind goed kent, zoals familieleden, vriendjes of vriendinnetjes en vrienden van de familie.

Er is een verschil tussen “goed aanraken” en “slecht aanraken”

Vertel het kind dat het niet goed is als iemand zijn of haar geslachtsdelen wil zien of aanraken. Vertel dat als het kind twijfelt of aanraken okay is, het hierover met jou kan praten. Voor zeer jonge kinderen is het ondergoed een duidelijk herkenbare grens. Vertel dat als iemand het kind onder het ondergoed wil aanraken dit niet goed is.

Zeg “Nee” als aanraken niet goed voelt

Vertel het kind dat als iemand het wil aanraken op een manier die niet goed voelt dat het dit contact altijd mag weigeren. Een kind mag altijd zeggen “Nee, doe het niet!”. Het mag weggaan uit de onveilige situatie en het mag je vertellen wat er is gebeurd.

Er is een verschil tussen goede geheimen en slechte geheimen

Geheimhouding is een belangrijke tactiek van daders. Ze zullen een kind vertellen dat het misbruik een geheim is waarover het met niemand mag praten. Ze zullen zeggen dat de ouders boos of verdrietig zullen worden als het kind er met hen over praat. Veel slachtoffertjes houden het misbruik hierdoor voor zich. Het is belangrijk om het kind te vertellen dat het met jou altijd over dit onderwerp kan praten en dat je niet boos zult worden. Vertel het kind dat er goede geheimen en slechte geheimen zijn. Een goed geheim is bijvoorbeeld een verjaardagskadootje. Een slecht geheim is een geheim waardoor het kind zich ongemakkelijk, angstig of verdrietig voelt. Vertel het kind dat het slechte geheimen niet voor zich moet houden, het kan hierover met je praten.

Ga niet met vreemden mee

Vertel het kind dat de meeste mensen gewoon goede mensen zijn die geen kwaad in de zin hebben. Het is immers niet de bedoeling een kind onnodig bang te maken. Toch kan het gebeuren dat een dader een onbekende is en een kind moet hierop voorbereid zijn. Vertel het kind dat het niet mee moet gaan met iemand die het niet kent. Vertel dat het geen kadootjes of snoepjes van vreemden moet aannemen. Als iemand het kind benadert met dit soort gedrag moet het meteen weggaan en het aan jou vertellen. Als het kind bang is, mag het schreeuwen om de aandacht van anderen te trekken. Ook als bekende volwassenen je vragen om met hen mee te gaan, moet je altijd aan je ouders of verzorgers vragen of dat goed is. Zij weten dan altijd waar en wanneer je ergens anders naar toe bent gegaan en met wie.